Over het LAVS

Vanaf het begin van de jaren '70 raakten de risico's van asbest voor de gezondheid algemeen bekend en erkend. Op grond daarvan is de wetgeving aangepast en is het aantal toepassingen van asbest in Nederland drastisch afgenomen.

Verplichtstelling LAVS

Vanaf 2005 geldt een volledig verbod op het gebruik van asbest voor bedrijven en particulieren. Vanaf 1 maart 2017 is het invoeren van asbestinventarisatieprojecten en -saneringsprojecten in het LAVS verplicht.

Doel van het LAVS

Het LAVS heeft tot doel de transparantie en veiligheid binnen de asbestsector te vergroten, het doorlopen van wettelijke procedures te vergemakkelijken en de administratieve lasten te beperken. Het LAVS is voor alle betrokken partijen in de asbestverwijderingsketen en volgt asbest vanaf het moment van inventarisatie tot aan de afmelding. De gebruikers van het systeem zijn zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens over hun lopende projecten. De toezichthoudende instanties zoals de gemeenten, certificerende en keurende instanties, de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (I-SZW) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) hebben toegang tot de gegevens in het systeem.

Opdrachtgevers, inventariseerders, verwijderaars, eindinspecteurs en toezichthouders kunnen in het LAVS werken.

Het LAVS is niet bedoeld voor particulieren. Een particulier kan niet in het LAVS werken, maar kan wel aan een bedrijf opdracht geven om namens hem in het LAVS te werken.

Betrokken partijen

De ministeries van Infrastructuur en Milieu (IenM) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zijn verantwoordelijk voor het LAVS. Aedes (branchevereniging van woningcorporaties), VVTB (asbestverwijderaars), Ascert (certificering), VOAM-VKBA (brancheorganisatie voor asbestonderzoeksbedrijven), Fenelab (branchevereniging voor geaccrediteerde laboratoria en kalibratie- en inspectie-instellingen), VERAS (Vereninging voor Aannemers in de Sloop) en de Inspectie SZW zijn betrokken bij de ontwikkeling van het Landelijk Asbestvolgsysteem.